EN

You are leaving our website and will be forwarded to the international website for the Utrecht Region. Via this website, our Team International helps foreign businesses expand to Utrecht Region. By following this link you will be forwarded to this external website: https://invest.utrechtregion.com


Go to invest.utrechtregion.com
Home

Hebben we te weinig mensen of te veel banen?

Samenwerken aan de arbeidsmarkt van de toekomst in de meest competitieve regio van Europa: onder die noemer organiseerde de Utrecht Talent Alliantie op 2 oktober een event in de Jaarbeurs in Utrecht. Aanwezig waren ruim honderd vertegenwoordigers van opleiders, werkgevers, kennisinstellingen en overheden uit de regio Utrecht. Dagvoorzitter Maarten Bouwhuis tekende in drie interviewrondes kordaat de visies op van een aantal (praktijk)deskundigen op het gebied van arbeidsmarkt en onderwijs.

Een feestje was het ook: Utrecht doet het goed. De regio mag zich de meest competitieve regio van Europa noemen, volgens de Regional Competitiveness Index van de Europese Commissie. Nicoline Meijer van ROC Midden Nederland riep op om daar nog een schepje bovenop te doen: ze voegde de ambitie toe om ook koploper te worden in leren en ontwikkelen. Dat is geheel in lijn met het doel van de Utrecht Talent Alliantie die werkt aan een sterke regionale arbeidsmarkt, waarbij mensen soepel overstappen naar sectoren met tekorten en groeipotentie.

Rare economie

Zowel de dagvoorzitter als sommige sprekers stonden stil bij het feit dat we in bijzondere economische omstandigheden verkeren. ‘Het is een rare economie’, verzuchtte een van hen. Na corona en de enorme stijging van de energieprijzen als gevolg van de Oekraïne-oorlog bestond de vrees voor een economische recessie. Strikt genomen zitten we daar ook in. Tegelijk is de werkloosheid historisch laag, de inflatie hoog, stijgen de lonen en wil de huizenmarkt maar niet afkoelen – ondanks de oplopende rente.

Krapte blijft

Wat betekent dit alles voor de arbeidsmarkt? In drie gespreksrondes werden conclusies getrokken. Het eerste gesprek stond in het teken van een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hoewel er nog een krappe 500.000 mensen langs de kant staan, werd gesteld dat bijna iedereen die kan werken inmiddels ook daadwerkelijk aan de slag is. Productiviteitsverbetering kan uitkomst bieden. Hans Borstlap (Commissie Borstlap) hield daar een pleidooi voor (‘we zijn een laagproductief land geworden’). Ook wees hij erop dat het vaste contract inmiddels te vast is geworden en het flexibele te flexibel. Over dat laatste: ‘Nederland is kampioen in flexbanen. Mensen die zich steeds zorgen maken over de vraag hoelang ze nog werk hebben, komen er niet aan toe om zich te ontwikkelen.’ De overheid is bezig met hervormingen, maar het tempo ligt te laag, aldus Borstlap. Hij riep de regio’s, waaronder de Utrecht Talent Alliantie, om Den Haag te laten weten waar het heen moet met de arbeidsmarkt. ‘Er liggen genoeg adviezen, zoals dat van ons en van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Baseer je daarop.’

Als je arbeidskrachten weerbaar wilt houden en lange tijd inzetbaar, helpt het als je ze ook voldoende ruimte en ontwikkelkansen geeft. Mede om die reden voerde Achmea de 34-urige werkweek in. Lidwien Suur, lid van de Raad van Bestuur van Achmea: ‘We zitten in een sector waarin veel gedigitaliseerd wordt. Relatief gezien neemt de hoeveelheid arbeid af, dat is goed nieuws. De mensen die overblijven doen hoogwaardiger werk, dat ook veel intensiever is. Het is niet wenselijk om dat 40 jaar lang 40 uur per week te doen.’

Keuzes maken

De tweede gespreksronde kende als thema ‘een economische blik op een goed functionerende arbeidsmarkt’. Sandra Phlippen, hoofdeconoom bij ABN AMRO, stelde nuchter vast dat we niet zozeer te weinig mensen hebben, maar te veel banen. Nederland heeft na covid en de energiecrisis nauwelijks werkgelegenheid verloren. Phlippen trok de conclusie dat we gewoonweg niet alles kunnen openhouden. ‘Als er op basis van het klimaatbeleid scherpere keuzes worden gemaakt, gaan sommige sectoren het lastig krijgen. In de netto nul-economie van 2050 is voor een deel van de huidige bedrijven geen plaats. Werkenden die dan hun baan verliezen, kunnen met een grote kans direct aan de slag en verlichten daarmee de krapte.’ Een taak voor het nieuwe kabinet, vond de econome. Marcel Hielkema (VNO-NCW Midden) leek haar bij te vallen: ‘Willen we dat de boodschappen binnen tien minuten worden bezorgd, of dat we mensen hebben voor de energietransitie en het bouwen van nieuwe woningen?’ De werkgeversvertegenwoordiger vond het alleen niet vanzelfsprekend dat de overheid de keuzes zou maken.

Van ladder naar waaier

Nicoline Meijer benadrukte hoe belangrijk het is dat werknemers zich permanent blijven ontwikkelen. Dat vraagt om veel meer samenwerking tussen opleidingsinstituten, waaronder ‘haar’ ROC, en het bedrijfsleven. Ook vindt zij de onderverdeling tussen hoog en laag opgeleid achterhaald. ‘Van een opleidingsladder gaan we naar een waaier waarin geen schotten meer bestaan. Daaruit spreekt een gelijke waardering voor alle opleidingen, of ze nu meer praktisch of theoretisch georiënteerd zijn.’

Het overstappen van de ene baan of sector naar de andere kan ook een manier zijn om de krapte te lijf te gaan. Maar in de praktijk is dat nog niet zo eenvoudig, bleek uit de woorden van Thomas Mulder, executive director HR Vodafone Ziggo. ‘Tijdens corona is geprobeerd medewerkers van Schiphol ertoe te verleiden om heftruckchauffeur te worden. Er was geen interesse. Overstappen betekent verandering en dat brengt mensen buiten hun comfortzone. Veel mensen houden heel lang vast aan de zekerheid die ze hebben.’ Om ontwikkeling te stimuleren kent Vodafone Ziggo een sterke focus op loopbaanpaden en een leven lang ontwikkelen, dat ruimhartig met opleidingen wordt ondersteund, vertelde Mulder. Inmiddels volgt de helft van alle medewerkers een opleiding. ‘Dat kunnen ook opleidingen zijn die geen directe relatie met het werk hebben. Ook dan zien we vaak dat mensen toch vaardigheden ontwikkelen die in het werk van belang zijn.’ En het werkt: inmiddels wordt twee derde van alle vacatures intern opgevuld. Voorheen was dat een derde.

Schaap met tweeënhalve poot

Samenwerken aan oplossingen was tot slot het thema van de laatste ronde. Uit de woorden van ondernemer Serge Smit, general manager van het bedrijf Oxipack, bleek hoe hoog de nood bij werkgevers is. ‘Met het zoeken naar supertalenten zijn we gestopt. We zijn al blij met een schaap met tweeënhalve poot.’ Smit gaf ook aan dat de vindbaarheid van oplossingen van partijen als de Utrecht Talent Alliantie nog wel te wensen overliet. Wilma Scholte op Reimer, voorzitter van het College van Bestuur van Hogeschool Utrecht en voorzitter van de Utrecht Talent Alliantie, benadrukte het belang van zichtbaarheid. ‘Breng middelen bij elkaar en zorg ervoor dat de informatie op een centraal punt beschikbaar is. Mensen die in beweging willen komen, moeten op één plek terecht kunnen.’

Tot slot benadrukte het UWV de rol die zij heeft als het gaat om kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt. Maarten Camps, voorzitter van de Raad van Bestuur van UWV: ‘Onder die kwetsbare mensen zijn ook werknemers, bijvoorbeeld bij mkb’ers, die ondersteuning nodig hebben bij een overstap.’

Voor werknemers was de overall boodschap: blijf je ontwikkelen, je leven lang. Niet voor niets wil de UTA dat in 2027 600.000 mensen in de regio Utrecht hebben gewerkt aan hun ontwikkeling. En dat 73.500 mensen de overstap hebben gemaakt naar een toekomstgerichte sector. ‘Inderdaad, dat zijn woeste ambities’, constateerde Joyce Oomen, programmacoördinator van de Utrecht Talent Alliantie. Maar de conclusies van deze middag onderstrepen het belang ervan.

Fotografie: Janneke Walpot

Op de hoogte blijven van nieuws en events?

Schrijf je in
  •  *
  •  *
    naam@bedrijf.nl
  •  *
  •  *